Een uitvaartspeech schrijven en uitspreken

uitvaart speech

Geschreven door

in

Een uitvaartspeech schrijf je door te kiezen wat je over de overledene wilt vertellen, daar een persoonlijke herinnering aan te verbinden en af te sluiten met woorden van afscheid. Een eenvoudig begin, midden en einde geven je houvast. Je hoeft niet iemands hele leven samen te vatten of de perfecte woorden te vinden.

Ook als je het spannend vindt om te spreken, kun je een persoonlijke bijdrage leveren. Schrijf in je eigen woorden en geef jezelf tijdens de uitvaart de tijd.

Begin je uitvaartspeech met herinneringen

Leg eerst nog geen druk op jezelf om een mooie tekst te maken. Schrijf losse woorden, momenten en eigenschappen op die bij je opkomen. Denk aan wat de overledene voor jou betekende en wat je samen hebt meegemaakt. Foto’s of gesprekken met anderen kunnen herinneringen naar boven brengen.

Deze vragen helpen je op weg:

  • Welk moment met de overledene blijft je bij?
  • Wat deed of zei deze persoon op een manier die je herkent?
  • Wat heb je van diegene geleerd of gekregen?
  • Wat ga je missen?
  • Wat wil je dat de aanwezigen zich herinneren?

Kies uit je aantekeningen één of twee herinneringen die passen bij wat je wilt vertellen. Een klein moment kan meer zeggen dan een lange lijst met eigenschappen. Vertel bijvoorbeeld niet alleen dat iemand zorgzaam was, maar beschrijf hoe je die zorg hebt ervaren.

Geef je afscheidsspeech een duidelijke opbouw

Een vaste volgorde maakt het schrijven en voorlezen makkelijker. Je kunt de tekst zo indelen:

  • Begin: stel jezelf kort voor als niet iedereen weet wie je bent. Vertel wat je relatie met de overledene was en welke gedachte of herinnering je wilt delen.
  • Midden: vertel over een of twee momenten die laten zien wie de overledene voor jou was. Leg uit waarom juist die momenten je zijn bijgebleven.
  • Einde: zeg wat je zult missen of wat je wilt meenemen. Sluit af met een persoonlijk woord van afscheid.

Je kunt de aanwezigen toespreken of je rechtstreeks tot de overledene richten. Beide vormen passen bij een uitvaart. Kies wat voor jou natuurlijk voelt. Spreek je namens anderen, laat hen de tekst dan lezen en geef aan welke herinneringen van jou persoonlijk zijn.

Een openingszin hoeft niet plechtig te zijn. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met: “Als ik aan jou denk, denk ik aan onze gesprekken aan de keukentafel.” Vul zo’n zin alleen in met een herinnering die echt bij jullie past.

Kies woorden die bij de persoon passen

Schrijf zoals je spreekt. Korte zinnen zijn makkelijker voor te lezen en voor de aanwezigen makkelijker te volgen. Woorden als “vaarwel” of “dank je wel” kunnen passend zijn, maar je hoeft geen plechtige taal te gebruiken als die niet bij je past.

Humor mag ook een plek krijgen. Een herkenbare gewoonte of een gebeurtenis waar jullie samen om lachten, kan laten zien wie iemand was. Laat een grap weg als die de overledene of een aanwezige zou kunnen kwetsen.

Niet iedere relatie was eenvoudig. Je hoeft iemand niet mooier voor te stellen dan die was, maar je hoeft ook niet alles te vertellen. Je kunt eerlijk blijven door te spreken vanuit je eigen ervaring en gevoel. Gevoelige familieverhalen of privézaken passen niet altijd bij een zaal met aanwezigen. Bespreek zulke passages met een naaste als je twijfelt.

Stem de inhoud af met andere sprekers

Spreken er meer mensen tijdens de uitvaart? Vertel elkaar vooraf welke herinneringen of kanten van de overledene jullie willen delen. Zo voorkom je dat iedereen hetzelfde verhaal vertelt. Tegelijk is het niet erg als een geliefde eigenschap vaker terugkomt.

Bespreek met de uitvaartbegeleider wanneer je aan de beurt bent en hoeveel ruimte er in de bijeenkomst is. Schrap liever een onderdeel dan dat je de tekst heel snel moet voorlezen. Een korte, persoonlijke toespraak kan genoeg zijn.

Bereid het voorlezen praktisch voor

Lees je uitvaartspeech een paar keer hardop. Je hoort dan welke zinnen te lang zijn of niet als jouw woorden klinken. Pas ze aan en oefen op een rustig tempo. Een pauze na een herinnering geeft jou en de luisteraars even tijd.

Print de tekst in een groot lettertype, met witregels tussen de alinea’s. Nummer de pagina’s als je er meerdere hebt. Je kunt belangrijke pauzes ook op het papier markeren. Voorlezen is helemaal goed: je hoeft de tekst niet uit je hoofd te kennen.

Vraag iemand die je vertrouwt om de tekst eventueel van je over te nemen. Geef die persoon vooraf een kopie. Een glas water bij de spreekplek kan prettig zijn als je stem even hapert.

Wat als je emotioneel wordt tijdens de speech?

Het is begrijpelijk als je moet huilen of even niet verder kunt. Stop gerust, haal adem en neem een slok water. Kijk opnieuw naar je tekst en ga verder wanneer dat lukt. Een stilte maakt je afscheidsspeech niet minder waardevol.

Lukt verder spreken niet, dan kan de persoon die je hebt gevraagd de tekst overnemen. Je kunt ook besluiten om alleen het laatste deel zelf te lezen. Er is geen verplichting om de hele speech zelf uit te spreken.

Veelgestelde vragen over een uitvaartspeech

Moet een uitvaartspeech het hele leven van de overledene beschrijven?
Nee. Je kunt een levensverhaal vertellen, maar een paar persoonlijke herinneringen zijn ook genoeg. Kies wat past bij jouw band met de overledene en bij de rest van de bijeenkomst.

Mag ik een gedicht of spreuk gebruiken?
Ja. Kies woorden die iets voor jou of de overledene betekenen. Je kunt kort vertellen waarom je ze hebt gekozen. Een gedicht hoeft je eigen woorden niet te vervangen: een paar persoonlijke zinnen erbij maken duidelijk wat het voor jou betekent.

Kan iemand anders mijn tekst voorlezen?
Ja. Als je niet zelf wilt of kunt spreken, kun je een naaste of de uitvaartbegeleider vragen de tekst voor te lezen. Vertel diegene vooraf welke woorden of namen lastig uit te spreken zijn.

Neem de uiteindelijke tekst mee naar de uitvaart, ook als je denkt dat je hem kent. Zo kun je je aandacht richten op het afscheid en hoef je niet te zoeken naar de volgende zin.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *